Bij het spel Wie ben ik? heeft iedereen een briefje op zijn voorhoofd met een naam die hij zelf niet kan zien. Door ja-of-neevragen te stellen raad je wie je bent. Dit rad levert dertig namen. Bekende figuren uit Nederlandse kinderboeken zoals Nijntje, Dikkie Dik en Pluk van de Petteflet, sprookjesfiguren, stripfiguren en een paar beroepen voor de jongste spelers. Er staan alleen verzonnen figuren en rollen op, geen echte mensen.
Wanneer gebruik je het?
Op een kinderfeestje vanaf een jaar of zes. De kinderen zitten in een kring en stellen om de beurt een vraag.
Op een familiedag of kerstavond, als jong en oud samen een spel willen doen dat iedereen snapt.
In de klas bij taal, om te oefenen met het stellen van goede vragen. Is het een dier? Komt het uit een boek?
Ideeën
- Eén speler kijkt weg, een ander draait en schrijft de naam op een post-it. Die gaat op het voorhoofd van de speler.
- Spreek af dat alleen vragen met ja of nee mogen. Wie een nee krijgt, geeft de beurt door.
- Speel de snelle versie met een minuut per speler en tel hoeveel namen je in die minuut raadt.
- Laat de kinderen het personage na het raden even uitbeelden, als een soort bonusronde hints.
Varianten
- Met „Geen herhaling tot iedereen gekozen is” krijgt niemand dezelfde naam als een ander in hetzelfde spel.
- Haal voor jonge kinderen de stripfiguren weg en houd alleen dieren, sprookjes en beroepen over.
- Maak teams met Teams maken en laat elk team zo snel mogelijk alle namen van het team raden.
Tips
- Draai niet terwijl de speler meekijkt. Laat iemand anders draaien of zet de telefoon even weg.
- Voeg namen toe die iedereen in de groep kent, zoals de knuffel van de klas of de hond van de buren.
- Niet iedereen kent elk figuur. Zeg vooraf dat je een naam mag overslaan als hij te onbekend is.
Pas het aan
Pas hierboven elke optie, elk gewicht of elke kleur aan, of open een kopie van dit rad om als je eigen rad te bewerken en te delen. Deze pagina houdt altijd de oorspronkelijke opties.