Raadsels zijn perfect voor kinderen van een jaar of zes tot twaalf. Ze moeten goed luisteren, logisch nadenken en soms een beetje om de hoek denken. Dit rad bevat twintig raadsels met het antwoord tussen haakjes erachter. Lees de vraag hardop voor, laat de kinderen raden en verklap pas daarna wat er tussen de haakjes staat. Er zitten makkelijke en lastige raadsels tussen, met een paar woordgrappen.
Wanneer gebruik je het?
Als korte pauze in de klas tussen rekenen en taal. Eén raadsel en de klas zit weer scherp.
Op een kinderfeestje tijdens het wachten op de taart, of in de kring voordat de cadeautjes opengaan.
In de auto of tijdens het wachten bij de dokter, als je kind voor de tiende keer vraagt hoe lang het nog duurt.
Ideeën
- Lees het raadsel voor en geef de kinderen dertig seconden. Wie het als eerste weet, steekt een vinger op.
- Speel in teams. Elk goed antwoord is een punt, en het team met de meeste punten mag het volgende raadsel draaien.
- Laat kinderen bij het gedraaide raadsel zelf een nieuw raadsel bedenken met hetzelfde soort grap.
- Maak er een speurtocht van. Elk goed geraden raadsel geeft een aanwijzing naar de volgende plek.
Varianten
- Met „Geen herhaling tot iedereen gekozen is” valt elk raadsel één keer tot alle twintig voorbij zijn.
- Haal de antwoorden tussen haakjes weg als de kinderen het scherm zien en jij de antwoorden op papier hebt.
- Maak een rad met raadsels over Sinterklaas, Kerst of de lente voor een themaweek.
Tips
- Het antwoord staat op het rad. Laat de voorlezer het scherm zien en draai het scherm weg van de kinderen.
- Geef bij lastige raadsels een hint, zoals „het hangt in de badkamer” bij de handdoek.
- Een woordgrap als de e in de zee is lastig voor jonge kinderen. Leg na afloop uit waarom het grappig is.
Pas het aan
Pas hierboven elke optie, elk gewicht of elke kleur aan, of open een kopie van dit rad om als je eigen rad te bewerken en te delen. Deze pagina houdt altijd de oorspronkelijke opties.